Dit interview gaf lp Sander voor het tijdschrift SIMsara, waar het eerder werd geplaatst.

  1. Denk je dat reïncarnatie bestaat? En waarom denk je dat?

Ik geloof in reïncarnatie, alhoewel ik de voorkeur geef aan het woord “wedergeboorte”. Ik geloofde hier al in vóórdat ik met het boeddhisme kennismaakte, toen ik nog kind was. Het voelde voor mij logischer dat er iets was na de dood, maar ik had vóór mijn ontdekking van het boeddhisme daar nog niet een duidelijk beeld bij. Toen ik over de sutta’s begon te leren, werd dit beeld een stuk duidelijker. Voor mij is wedergeboorte nu een hele vanzelfsprekende kijk op het leven. De aard van het menselijk leven is dat alles in de wereld en de kosmos door wetmatigheden van oorzaak en gevolg wordt bepaald. Dit is ook op het niveau van de geest zo. Wanneer je ervan uitgaat dat je als mens uit een lichaam én een geest bestaat, dan volgt het logischerwijs dat je gedachten, gevoelens en indrukken hun vervolg vinden in een leven na de dood.

  1. Denk je dat de overtuiging dat reïncarnatie bestaat essentieel is voor het verwezenlijken van Nibbāna? Waarom denk je dat?

Jazeker. Je zou kunnen zeggen dat het boeddhisme een humanistische en metafysische kant heeft. Je zelf oefenen in een ethisch leven, in aandacht, meditatie en wijsheid is de humanistische kant van het boeddhisme, waaraan je je kunt wijden zonder dat je daarvoor veel geloof nodig hebt in “wat er meer is tussen hemel en aarde”. Maar er is ook een metafysische kant: de Boeddha spreekt al in de oudste teksten over wedergeboorte en kamma en hoe deze twee met elkaar nauw samenhangen. Vanuit dat perspectief beïnvloed je dagelijkse doen en laten niet alleen jezelf en je omgeving nu, maar ook vele van je volgende levens. De Boeddha vraagt in de sutta’s niet meer dan dat je deze metafysische kant overweegt; want als je je leven als een onderdeel ziet van vele geboortes en wedergeboortes, kijk je op een hele andere manier naar je leven, en sta je ethisch gezien heel anders in je leven.

  1. Hoe kijk je aan tegen visies als die van Stephen Batchelor, waarin voor reïncarnatie geen plaats meer is, omdat het niet overeenkomt met bevindingen van de wetenschap, zoals evolutie?

De wetenschap houdt zich per definitie bezig met datgene wat waar te nemen is en te repliceren is. Maar de levensbeschouwing van alle wereldreligies gaat over datgene wat voorbij het waarneembare ligt, en vaak niet te repliceren is. Veel wetenschappers vandaag de dag hebben geen probleem hiermee. Religie en wetenschap houden zich tenslotte met verschillende dingen bezig. Dit vind je ook terug in de beroemde uitspraak van de Boeddha dat hij enkel “een handvol van bladeren” onderwijst, terwijl zijn inzichten gelijk zijn aan alle bladeren in het bos. Die handvol bladeren gaat over het ethische en spirituele pad naar ontwaking. De boeddhistische sutta’s houden zich daarom enkel bezig met lijden en het pad naar de opheffing van lijden, ofwel het religieuze pad. Ik zie daarom geen absolute noodzaak een verband te zoeken tussen wetenschappelijke inzichten en het boeddhistisch wereldbeeld. De Boeddha spreekt over kamma en het leven na de dood in de context van jezelf oefenen een goed mens te zijn en ontwaking en bevrijding te vinden. Wetenschap heeft hele andere doelstellingen. Er zijn zeker overeenkomsten, maar als je religie tot wetenschappelijke inzichten probeert te reduceren, dan moet je jezelf misschien afvragen waarom dat streven voor jou zo belangrijk is.

Begrijp me niet verkeerd: ik draag wetenschap hoog in het vaandel. Maar ik denk dat de waarde in een leer als het boeddhisme erin zit dat je jezélf ontwikkelt om het beter te begrijpen, niet het boeddhisme verandert om het te laten overeenstemmen met je eigen opvattingen. Bij Batchelor en andere aanhangers van het seculiere boeddhisme moet je er bovendien ook rekening mee houden dat ze vaak uitgaan van een naïeve houding naar het Aziatisch boeddhisme toe, alsof Aziaten nog in de Middeleeuwen zouden leven, en alsof de spanning tussen wetenschap en religie in Aziatische samenlevingen niet aldaar zou gedebatteerd worden.

 En dat het vasthouden aan de overtuiging van reïncarnatie ‘spiritueel verstikkend’ is?

Ik denk dat de Dhamma die de Boeddha heeft onderwezen een leerschool is, waar je op de juiste manier mee moet omgaan. Het is algemeen bekend onder Theravāda-boeddhisten dat de Boeddha zijn leerlingen aanspoorde zijn woorden goed te onderzoeken en aan je eigen ervaringen te toetsen. Natuurlijk hebben de meeste mensen geen directe ervaring van een leven na de dood, maar kamma en de vruchten van kamma—hoe je daden je leven beïnvloeden—is wel iets wat je zelf kunt zien ontvouwen in je dagelijks leven. Wanneer je proefondervindelijk ziet dat kamma echt is, kun je ook een volgende stap zetten: de mogelijkheid te overwegen dat er een leven is na de dood—en ervóór—dat door je kamma wordt gevormd. In het Theravāda-boeddhistisch pad is er een plaats voor devotie, vertrouwen of geloof, maar dat gaat altijd samen met wijsheid. Telkens wanneer de Boeddha spreekt over spiritueel vertrouwen (saddhā), spreekt hij ook over wijsheid (paññā)—de twee gaan altijd samen. Als je dat goed begrijpt en beoefent, kan geen enkele boeddhistische overtuiging verstikkend werken.

4. Heb je zelf herinneringen aan een vorig leven?

Nee.

5. Is er nog iets dat je wilt zeggen over reïncarnatie?

Ik zou graag willen eindigen met een citaat van de Britse onderzoeker Steven Collins: “De Boeddha onderwees niet dat je je eigen waarheid moet maken, maar wel dat je de waarheid eigen moet maken”. Een groot deel van het boeddhistisch pad bestaat uit mogelijkheden overwegen, openstaan voor visies waar je nog niet bekend mee bent, en op basis daarvan groei je als mens op het pad naar ontwaking.

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *